vrijdag 1 juni 2018

Vergane glorie

In het huis hing een serene sfeer. Op de vloer lag een dikke kokosmat, eronder zitten dieprode tegels. De lege muren waren geverfd in zachtgeel, abrikoos en roomwit. Nergens hing een foto of schilderij, er was zelfs geen spijker. In het verlengde van de woonkamer was de grote open keuken. Op de grote ramen in de keuken zaten ijsbloemen. Het was min twaalf, die winterse dag in januari 2018 toen ik mijn nieuwe huis voor het eerst zag.
  Het gasfornuis zweeg. Op het aanrecht staarde een grote pan glazig naar een abrupt stilgelegde afwasborstel of zo leek het. De geblokte tegeltjes van de keukenvloer waren geel en zacht rood. Ze pasten bij de binnenkant van de luiken die van hetzelfde rood waren. Zachtgeel van buiten, rood van binnen. Dit was geen geijkt oud-Frans interieur met zware eiken meubelen en een muffe, stoffige geur. Integendeel. Dit was anders. Dit was heel bijzonder. Dit was een huis zoals ik op mijn huizenjacht nog niet eerder gezien had. Een verrassing. De namen op het bordje bij het hek deden Indonesisch aan. Op een kastje in de kamer stond een Boeddhabeeld en een asbak. Er lag een hondenkleed en een bot. Een wit stoffen dromenvanger bewoog lichtjes voor het raam naar de tuin. Het was er stil. Doodstil. 


  De grote tuin lag om het huis heen, maar het grootste deel bevond zich aan de achterkant, bij het houthok en de grote ladder naar de zolder. Aan de zijkant, tussen de tuin van de buren en het huis stond een grote eikenboom, verder waren er vooral doorgeschoten braamstruiken. In een vergaan perkje in het midden van de tuin, naast een metalen houder van een droogmolen pronkte een grote steen, diep oranjerood met een parelmoeren glans. Het leek een oranje calsiet, een warmtesteen die zonne-energie, creativiteit en artistieke kwaliteiten geeft. Ik weet het niet zeker, ik ben niet thuis in de wereld van de edelstenen, hoewel ik er wel erg van houd en ze me zelf soms cadeau doe. Langs het weggetje stonden drie hoge dennen. Onder de dennen stond een stenen bankje, met twee grote stenen om op te zitten erbij, ze vormden een kleine kring. Het huis lag aan het laatste weggetje van een dorp, Saint-Honoré-les-Bains. Een kuuroord. Toeristisch in de zomer en rustig in de winter met een mild klimaat. Een beschutte plek tegen de flanken van natuurpark de Morvan, een toegangspoort naar het Nationaal park. 
  Er waren twee manieren om op de bovenverdieping te komen. Via de buitentrap, een brede stenen trap met een klein balkon of binnendoor, via een smalle wenteltrap. We gingen via de buitentrap. We kwamen boven in een lichte ruimte met een bureau en de tweede slaapkamer. Dit was een grote kamer, met een raam dat uitkijkt op de eik en het weggetje met de hoge dennen. Er was ook hier een ingebouwde houtkachel, net als beneden. Dat zou warm genoeg moeten zijn, naast de elektrische centrale verwarming door het hele huis, niet op norm, zoals nooit met dit soort installaties vanwege de snel veranderende wetgeving. Ik zag mijn ezel staan en mijn verf netjes uitgestald op de lange tafel tegen de muur. Als ik op zou kijken vanachter mijn doek, kon ik uit het raam kijken. Een raam dat openstond in de zomer en waar in de winter de petroleumkachel van mijn vader onder zou branden op hele koude dagen. Dit was een huis waar het warm zou zijn, waar ik de baas zou zijn over de tocht.
  Voor de andere slaapkamer moest ik drie treetjes op, dan kwam ik op de overloop met licht in abrikozenkleur geverfde muren en de wenteltrap links en rechts de badkamer. Eenvoudig, maar met persoonlijke details en een groot raam dat helemaal open kon. Ik zag me staan, na het douchen, met nat haar en een schone handdoek van de stapel op het bovenste plankje onder het kleine wasbakje. Een badkamer waar ik zou kunnen staan met een raam dat helemaal open kon!
  In de slaapkamer zaten twee ramen met uitzicht op het weggetje en de ander de eik. Hier kon je ver kijken over de weilanden en het lichtglooiende landschap richting Vandenesse. De omgeving hier doet Limburgs aan, de honden en ik hoeven hier tijdens het wandelen niet te klimmen, maar er is ook geen dennenbos waar ik zo van houd al was het alleen maar vanwege de geur. Het bos aan het eind van het weggetje is loofbos en heeft geen rotsen. Je komt er andere mensen met honden tegen. Er gaat een beekje doorheen als het geregend heeft. De natuur is hier anders dan in de Hoge Morvan, minder ruig, minder wild, beschaafder zou ik het bijna noemen, in de zin van meer vermenselijkt, minder dierlijk.
  In de kamer is een kast gebouwd met ruimte voor al mijn kleren. De vloer is van hout, de kleuren zijn ook hier neutraal lichtgeel. De ramen konden eerst niet open, door de kou, later wel. Het lentegroen kwam me meteen tegenmoet. Ik zag hier ook een klein bureautje staan, voor het raam met de verre blik. Niet dat ik dat zou gebruiken, maar het zou zo leuk staan. Dat idee had ik met elke ruimte in dit huis, zelfs in de kelders die gelijkvloers zijn met de hal en de woonkamer, de vele ramen die het huis een hoop licht en zon geven. Ik zag ons er wonen. Ik zag voor me wat het kon worden met mijn spulletjes en dieren erin. Ik voelde het. Dit huis lag misschien niet op de ideale plek, ik ben kwa plek natuurlijk schandelijk verwend in mijn huurhuis in Athez, maar daar blijft iedere vergelijking meteen al steken. Dit was iets nieuws, ik was hier nog nooit geweest, in deze streek, in  de Zuid-Morvan, en voelde toch iets eigens. Ruimte om te groeien. Te leven. Mezelf te vernieuwen. De tocht, de lekkages, het onderhoud van het grote terrein, de vele in- en uitgangen, alle kamers, een ongebruikte bovenverdieping, de balken in de keuken, het eeuwige trapje op, trapje af, het niet kunnen staan in de badkamer, maar vooral de schimmel, al die muren met het witte laagje kon ik inruilen voor dit huis waar elke ruimte simpelweg prettig aanvoelde. Elke ruimte. Elke centimeter.
  Wat er zich ook heeft plaatsgevonden in dit huis, er gaan verhalen, ik ken ze, maar voor mij heeft de bewoonster er een energie gebracht waar ik van houd en die ik meteen voelde toen ik binnenkwam. Sereniteit. Creativiteit. Rust. Licht. Zon. Dit huis in Saint-Honoré-les-Bains heeft niets van het huisje aan het eind van een weggetje dat ik in mijn hoofd had toen ik ging emigreren. Echt niets. Mensen vragen of dit mijn droomhuis is, nee, zeg ik dan. Mijn droomhuis is mijn droomhuis. Dít is mijn woonhuis, op een creatieve inspirerende plek, want zo voelt het. Vergane glorie volgens velen, duidend op de rijke geschiedenis van deze ooit mondaine badplaats, dan zeg ik: beter vergane glorie dan geen glorie! En mijn dromen mogen mijn dromen blijven, dat is de manier waarop ik werkelijk blijf bestaan... 

zaterdag 26 mei 2018

Het lot bepaalt of niet?


Koh-Lanta is de Franse variant van Expeditie Robinson. Zestien deelnemers zonderen zich af op - in dit geval - een van de mooie Fiji-eilanden met parelwitte stranden en palmbomen en moeten zien te overleven met wat ze te eten vinden. De winnaar van het programma is de ultieme survivalkoning of -koningin die wordt bepaald door wedstrijden, stemrondes en immuniteitsproeven. Win je bij die laatste proeven de immuniteitstotem, dan kunnen de anderen die ronde niet op je stemmen. En win je het programma dan krijg je 100.000 .

Dit jaar bestonden de deelnemers uit ex-deelnemers die om wat voor reden dan ook opnieuw de strijd met zichzelf en de anderen aan wilden gaan. Ze waren extreem wraakzuchtig, competitief en strategisch. Ze wisten welke ontbering ze te wachten stond. Elke deelnemers nam zijn ervaring uit een vorige ronde mee. Clémence had Koh-Lanta eerder gewonnen en wilde zien of ze nu, twaalf jaar later en moeder geworden, nog even sterk was. Pascal was in zijn jaar tweede geworden en wilde nu winnen. Yassin lag eruit om een strategisch foutje en wilde dat rechtzetten. Een fascinerend gegeven: maken mensen dezelfde fouten en straft de werkelijkheid ze opnieuw af of kunnen ze zichzelf overtreffen, hun eigen lot bepalen waar ze natuurlijk allemaal vanuit gingen bij vertrek, maar hoe groot is het falen als Koh-Lanta winnen een tweede keer niet lukt?

Het was afschuwelijk om te zien. Echt. De strijdlust, het gebrek aan voedsel, de vuile spelletjes die gespeeld worden, dromen die in duigen vallen als er iemand afvalt die dat in de ogen van de kijkers niet verdiende, menselijk gedrag op de spits gedreven. Toch bleef ik kijken, té nieuwsgierig naar het verloop en de afloop. Zou het lot van individuen de loop van het programma dit keer anders bepalen of niet? Hebben wij mensen ons lot in eigen hand zoals we graag willen geloven?

De ware survivalkampioen ligt er standaard snel uit. Hij of zij vormt een té grote bedreiging voor de anderen. Dit overkwam deze keer net als tijdens zijn vorige keer Yassin. Hij kon alles: wedstrijden winnen, kampen bouwen, voor eten zorgen en dus na flink uitgebuit te zijn lag hij er uit bij de eerste de beste keer dat hij geen immuniteit had kunnen krijgen. Jaloezie, afgunst en eigenbelang lieten de anderen op hem stemmen, want daar worden vooraf aan zon stemronde complotten over gesmeed. De finale was gisteravond en het ging tussen Clémence en Pascal. De eerdere winnares en de eerdere tweede.

De negen laatste afvallers moesten hun laatste stem op hun winnaar uitbrengen en wat gebeurde er? Precies hetzelfde als tijdens hun eerste keer Koh-Lanta! Clémence wint voor de tweede keer en Pascal wordt tweede, voor de tweede keer! De geschiedenis herhaalt zich. En toch willen we er niet aan, ik ook niet. De opnames zullen wel gemanipuleerd zijn, de ene deelnemer een beetje geholpen, de ander tegengewerkt... Er zijn deelnemers verder gekomen dan tijdens hun eerdere deelname, zij hebben zichzelf overtroffen. Zijn dat dan de werkelijke winnaars? Dat zeiden de afvallers tegen zichzelf en elkaar, om elkaar op te beuren nadat ze eruit lagen, de teleurstelling in de ogen. Wat is dat toch, dat hardnekkige geloof van een mens in de maakbaarheid van zijn eigen bestaan? 


woensdag 25 april 2018

Turbulentie

Het was diep in de nacht. De maan scheen door mijn ver geopende raam. Het was muisstil tot turbulentie ontstond. Régis, Romeo, Juliette en ik veerden op uit onze slaap. Uit de verte kwam gegil, geschreeuw, lawaai met hoge dierlijke tonen. De hondjes gromden zachtjes. Gevaar! Ik spitste mijn veel minder vermogende oren en probeerde het in gedachten te herleiden. Waren het de wilde zwijnen in het bos waarvan we alleen soms de sporen zagen? Waren het mijn eigen poezen die vochten met vossen, wezels of dassen? Reeën die pijnlijk bevielen of hun jongen bewaakten?  

Het is sinds een week volop lente in Frankrijk en met de lente komen de geluiden op gang. Overdag vogels, grasmaaiers, meer autoverkeer en gepraat van rondtrekkende wandelaars op pelgrimstocht en 's nachts uilen maar dan als tegenwicht die intense nachtelijke stilte na de dag. Diep is de stilte die ver reikt, alle onrust van binnen doet verstommen en je week als een schelpdier maakt. Een milde zachtaardige broosheid ontstaat, goed voor je ziel. Waarna je ziel door bewustwording verkwikt en verfrist dóór kan met leven, met ademen en brandstof leveren, inspiratie opdoen. Dum spiro, scribo.

Oer stilte kenmerkt voor mij de Morvan. Zonder haar ben ik er niet, woon ik nergens en leef ik niet. Of zo voelt het. Hiervoor ben ik hier komen wonen. Thuisgekomen. Thuis in de stilte betekent niet altijd met een milde glimlach onderuitgezakt wachten op dingen die komen. Gelukkig wist ik al dat thuis in deze stilte veelal confrontatie met woeste dromen betekent, oude of nieuwe, met diepe verlangens en vooral met warrige woorden die je niet meteen kunt duiden. Pure levenslust in de vorm van taal die eeuwig opborrelt en waar ik iets mee moet weet ik, anders loopt de bron over, loop ik als mens over en treed ik buiten de oevers van normaal functioneren met alle gevolgen van dien. 



Zo ver ben ik gevorderd in de ont-wikkeling van de bedoeling van mijn leven en de kern van mijn bestaan. Ik weet niet of dat ver is en vergeleken met wie of waarmee? Dat maakt ook niet uit. Dat ik besef dat ik naar mijn ziel moet luisteren om niet gek te worden, niet door te slaan of van mijn pad afraken is mijn eigen winst en van niemand anders. Misschien houd ik daarom zo van in mijn eentje als Vitalis met zijn honden door de bossen dwalen en nieuwe paden verkennen? Dwalen betekent luisteren naar de stilte en je intuïtie en het zijn altijd mijn lieve honden die mij soms pas na uren zwijgen weer bij de les en de werkelijkheid halen. Het maakt ze onzeker vertellen ze me dan. Dat ik niets zeg als ze iets goed doen want dat is zo veel en zo vaak... Ze zijn gewend altijd van mij te horen wat ik van ze wil en dat ze de dingen goed doen. Niets is simpeler dan luisteren naar en spreken van hondentaal. Het valt zo mooi samen met intuïtie, met liefde, met bezieling, met stilte, met de Morvan... En onzekerheid kun je leren verdragen. 

Of geldt dit alleen voor mij dan, ik hoor anderen meer schreeuwen en roepen tegen hun honden en erger nog, corrigeren. Alsof ze daar iets van leren! Hondentaal begint niet ná hun handelen, het begint ervóór, bij jezelf en die pup van acht weken die bij je komt wonen, blanco als een wit blad. Alles moet nog geleerd worden, ook al weet hij al veel uit het nest, maar de grote wereld moet gezien en ervaren worden. Dat is de taak van een hondeneigenaar in de eerste twee jaar, de hond de wereld laten zien en er op die manier een relatie mee opbouwen. Zo zie ik het, maar daar, in dat prille beginsel slaat de dit gewend zijnde corrigerende mens vaak de plank al mis. Ik zie het, ik weet het, ik voel het vooral en ik kan er niet tegen. Ik kon dat in Lochem al niet op de hondenschool, aanzien hoe die lieve jonge hondjes zo vreselijk veel goed doen, maar te vaak alleen maar te horen en te voelen (rukken aan die riem!) krijgen wat ze niet goed doen. En dat heb ik nog steeds als ik zie hoe de vrijheid van honden beknot en begrensd wordt, wat zeker hier in Frankrijk vaak het geval is. 

Maar dat intens scherpe en hoge gegil uit het bos die nacht... Wat gebeurde daar? Ik zal het waarschijnlijk nooit weten, maar toen het gebeurde in die diepe donkere lentenacht waarin alleen de maan en de sterren schenen realiseerde ik me dat er iets gebeurde wat ik herken en dat is dit:
Ik begrijp steeds meer dingen niet dan wel. Hoe ouder ik word, (46 bijna, 't is toch wat!) hoe erger dit is. Gelukkig voel ik daarentegen des te meer, iets wat ik niet op school heb geleerd, maar ontstaat uit mezelf. Gelukkig zijn leer je daar ook niet, of dat is mij niet gelukt, dat moet je ervaren. En dat kan ook alleen maar door naar je gevoel te luisteren. Het leven is dus simpel:

Als iets goed voelt, dan moet je het doen. Als iets niet (meer) goed voelt, niet.

Gelukkig hebben mijn honden deze wijsheid al veel langer, ik zou om verschillende redenen maar vooral om deze laatste, niet weten wat ik zonder hen moest beginnen. Samen laten we tegenwoordig meer en meer stiltes vallen, stiltes om te voelen, kleine gaten in de tijd, gaten die als ze groter worden leegte heten en vervolgens ruimte worden. Ruimte ervaren is de grootste beloning die een mens kan geven en krijgen. Het raakt aan met rust gelaten worden, wat begint met zelf met rust laten. Een mooiere wereld begint bij hondjes, maar vooral bij jezelf...   






  
     

vrijdag 30 maart 2018

Paasgedachte


De winter geeft niet snel op dit jaar. Het is Goede Vrijdag en het giet van de regen, net als de afgelopen maanden. Pasen is altijd het feest van een nieuw begin, de geboorte van nieuwe natuur, bloembollen, eieren, paashazen en lente. Daar stellen we ons ook op in en als de natuur doet wat hij zelf wil dan klagen we. De dingen zijn niet zoals we dachten. 


Kwestie van je idee bijstellen, zeg ik dan tegen mezelf. Het ís gewoon nog geen lente, het is meer herfstachtig. Ik houd van de herfst, vooral het licht en de kleuren van de bomen, maar ook het gegeven dat je dan weer lekker meer binnen bent, bij de kachel zitten en wijn drinkend naar het haardvuur staren. Dat kan dit voorjaar veel langer dan verwacht. Hmmm... 



Alleen jammer dat het hier ook ín huis druppelt. In de keuken staan standaard drie emmers en als de lekkage echt erg is ook een pan. En dat als ik hier voor het haardvuur zit, tocht mijn plezier vergalt en de warmte naar alle hoeken en gaten stroomt, behalve om mij heen. Mijn truien slijten sneller dan ooit tevoren. Maar ik klaag niet hoor. Ik heb iets anders bedacht. Want die gedroomde sleutel van een nieuw huis komt wel. En we hebben niet alles zelf in de hand, dan zou het leven ook maar een saaie bedoening zijn. Of niet..?

Om daar achter te komen hebben wij vanmorgen vroeg een glimp van de lente meegepikt. Vroeg, dan bedoel ik écht vroeg, véél te vroeg eigenlijk om op een regenachtige herfstdag je bed uit te komen, maar met de mist en het flauwe zonnetje dat toch als een knipoog even over de Mont Robert piepte waren we niet te houden. Vanuit het idee dat wie geen lente heeft, deze zelf maar moet maken. Dus in je eigen glazen bol kijken en als je wilt in de lucht. Iets creëren geeft rust en kracht. Dat de dingen zijn zoals je ze maakt en je het met die werkelijkheid niet zo nauw moet nemen, dat doen we allemaal al vaak genoeg. Neehoor, gewoon op pad gaan, de boel de boel laten. Stofzuigen komt wel. De boodschappen ook. En al het andere dat altijd moet, waar je ook woont. 
Régis, Romeo&Juliette voelen zoiets haarfijn aan. Ha dat spelletje lijken ze te zeggen: doen alsof het hartje lente is! Heerlijk alle rust en met alle tijd van de wereld spelen, door de bossen struinen, snuffelen aan nieuwe paden en weggetjes en dromen. Veel dromen.
Daar wordt een mens pas gelukkig van! 

Régis 


Romeo


Juliette 



Fijne Paasdagen.








zaterdag 17 maart 2018

Levensverwachting

Als kind hield ik niet van croissants. Als het goede zijn (van de bakker uit het dorp) dan zit er inderdaad een vreemd smaakje aan, haast niet te beschrijven, een beetje zurig, zoals niet-gerezen gist en dan is er ook nog die weke substantie van nat bladerdeeg vermengd met jouw speeksel die plakkerig lang in je mond blijft hangen. Misschien komt het door het soort boter dat de Franse ambachtelijke bakker gebruikt. Ik weet het niet. Waar het me hier vooral om gaat is dat iets dat eerst niet lekker, prettig of fijn is, soms een keerpunt kent en dan ga je er ineens van houden. Je bent van smaak veranderd.

Zonder dat je het door hebt kan ook iemand of iets als een huis je meer en meer tegen gaan staan terwijl die-  of datgene je eerst juist heel erg beviel. Misschien kwam dat door een knap uiterlijk en leerde je het, hem of haar kennen en viel tegen wat er achter de façade school, maar het kan ook zijn dat je op een bepaald moment behoefte aan iemand of iets had en is die behoefte met het voort tikken van de tijd veranderd en rest je niets dan je nieuwe verlangen te gaan bevredigen, of in ieder geval op zoek te gaan naar iets of iemand dat of die in die richting komt Een heel normaal proces in het leven als je nagaat dat de cellen van een menselijk lichaam elk moment veranderen en dus ook de samenstelling van je hersenen die seintjes doorgeven ook wel emoties genoemd. Pin me er niet op vast. Ik weet dit ook maar door erover te lezen.



Ik kan veel dingen niet, maar zwart-wit denken kan ik goed. Dat wordt meestal als een negatieve karaktertrek gezien, maar dat zegt meer over de mensen die dat denken dan over mij vind ik, want ik het is een behoorlijk praktische eigenschap. Kort door de bocht zijn brengt mij verder dan als ik eerst honderdduizend gedachten zou moeten hebben om afwegingen te maken waar ik alleen maar moe van word om toch op hetzelfde punt uit te komen. Beslissingen neem ik liefst à la minute. Dit is voor behoedzame mensen een beangstigende manier van leven, op het onbegrijpelijke af. Je zult mij nooit ergens blijvend aantreffen als ik er niet meer wil zijn. Kortom als ik ergens niet meer wil zijn, omdat het niet goed meer voelt, dan ga ik er weg. Zo simpel leef ik.

Maar soms kan dat niet ook al doe je je best en denk je afscheid te hebben genomen. Er zijn mensen die je blijven intrigeren of waarbij je voelt dat ze met je meegroeien en zichzelf los van jou zien waardoor je allebei kunt groeien en het leerproces delen zonder dat de verandering van de een afbreuk doet aan dat van de ander en andersom. Ruimte geven en nemen speelt hier een rol. Dit heb ik lang niet geweten. Dat je met andere mensen om kunt gaan terwijl jij hen en zij jou ruimte geven en je je eigen gang laten gaan. Dus elkaar niet verstikken, op de huid zitten of anderszins het leven zuur maken omdat je denkt dat dat liefde en vriendschap is.

De bakker uit het dorp maakt de croissants immers ook niet zuurder dan ze zijn. Ik vraag me zelfs af of hij ze zelf zuur zou noemen. Dat doe ik, want ik ben iemand die het nodig heeft om dingen te beschrijven om ze te begrijpen en dan nog lukt dat niet altijd. Als het voorkomt dat ik de dingen die ik opgeschreven heb nog steeds niet begrijp, gooi ik het graag op mijn immer veranderende cellen. Zonder hoofdbrekers. Want reken maar dat mijn lichaam na de kanker nieuwe cellen aan het aanmaken is, als nooit tevoren Ik kan alleen maar hopen dat het gezonde cellen zijn, zoveel mogelijk stress vermijden want is bijzonder ongezond en verder vooral dromen van wat ik allemaal met die nieuwe gezonde wil, kan en ga doen. Want het leven vasthouden werkt niet, het blijft toch altijd voor je liggen. Of dat is ook maar hoe je het wilt bekijken. 


zaterdag 24 februari 2018

Opnieuw bij de huisarts


De huisarts die bijna twee jaar geleden het is gewoon kut voor je tegen me zei, keek me vandaag verheugd aan. We kennen elkaar nog niet zo lang, maar zo voelt het wel. Hij heeft zich drie jaar geleden met zijn vrouw in de Morvan gevestigd, mijn schilderijen hangen in de wachtkamer hopelijk zieke mensen blij te maken, ze hebben beiden mijn roman en dichtbundel gelezen en daar enthousiast en vooral bemoedigend op gereageerd, ik ben altijd welkom, zulke mensen zijn het.

Ik had een consult aangevraagd om weer even met beide benen op aarde te landen. Meestal confronteert de huisarts me wel met dingen die ik zelf minder goed zie, die me doen beseffen waar ik sta en waar ik heen wil. Zon gesprek komt er vaak op neer dat ik dingen te snel wil. Iets wat mensen die me beter kennen niet vreemd voor zal komen. Vandaag verliep het echter anders... 


Ik ben samen met de hondjes volop op huizenjacht. Daar kun je veel tijd voor nemen. Voor mijn gevoel doe ik dat ook en zo rijden we kilometers door de Morvan om uithoeken te bezoeken, te voelen wat ze met me doen, erachter te komen waar we ons het meest thuis voelen. Het beeld dat ik had van vooral bos en stilte is nu ik hier woon veranderd in veel meer. Je kunt het leven hier net zo druk maken als je zelf wilt en wat blijkt? Ik houd meer van Doggy Dates, filmavondjes en etentjes dan ik dacht! Het is gezellig om je onder geëmigreerde landgenoten te begeven! Dat zijn toch de mensen met wie ik de keuze voor een nieuw bestaan gemeen heb. Een leven alleen in de stilte ergens in Frankrijk zonder winegums, Unox rookworsten, hagelslag en koffiemelkpoeder, dat valt toch ook niet mee?





Nooit gedacht dus dat ik me hier sociaal zou gaan voelen en dat is nog steeds niet alles. Want ondanks de spanning van huizen kijken en nadenken over wat voor plek ik nodig heb om die brug van talenkennis tussen de Nederlanders en de Fransen te zijn, wordt me steeds duidelijker dat ik een mensenmens ben en dat ik me in een sociale rol óók heel erg mezelf voel, naast de rust van het alleen werken en schrijven of schilderen. Een mens heeft meer te bieden dan hij zelf soms denkt, dat blijkt wel weer 
Die autoritjes door dit mooie stuk Frankrijk leren me dat het niet uitmaakt waar je woont, als je in staat bent overal iets van te maken, dan is dat goed. En dat doe ik. Je kunt me in een caravan zetten en ik maak er iets van. Dat is een prettige constatering die me doet beseffen dat ik minder vatbaar ben geworden voor de pieken en dalen zoals ik die voorheen kende. Blijkbaar ben ik daar overheen gegroeid? Dat was ook de conclusie van de huisarts.


Er zijn mensen die anders zijn. Geen huisje, boompje, beestje types, geen partner en daaruit voortvloeiend kinderen krijgen, een huis kopen en jarenlang naar alle tevredenheid hun werk doen. Mensen die anders zijn worden keer op keer geconfronteerd met hun bijzonderheden. Dat kan een last zijn waar je aan onderdoor gaat als je het niet onder ogen wilt zien, maar het is een kracht als je dat wel durft en je open stelt om te blijven leren en je verder te ontwikkelen, waarbij de richting waarin niet wezenlijk veel uit maakt. Met dit soort mensen komt het uiteindelijk overal wel goed, of ze er nu borstkanker bovenop krijgen of niet.

woensdag 14 februari 2018

Over de wijsheid van honden


Als s nachts het hout knettert in de kachel, hoor ik Régis van de bank af komen op zoek naar mij. De ruimte waar de bank staat en de kamer waarin ik slaap zijn gescheiden door vijf brede traptreden met gladde treden. In het donker ziet hij met zijn bijna dertien jaar niet meer zo goed als vroeger. Hij staat dan heel zachtjes onderaan de traptreden te janken. Zo zacht dat als je het niet weet, je hem nauwelijks hoort.

Juliette die in mijn armen geplakt ligt te slapen richt haar kop op. Romeo komt vertellen dat er iets niet goed is en duwt met zijn snoet tegen mijn wang. Ik aai Romeo en zeg zeg maar tegen Régis dat het goed is, toe maar! Romeo loopt naar Régis en geeft hem een klein duwtje zodat hij de trap op durft en samen komen ze naar me toe. Romeo krijgt van mij een groot compliment waardoor hij mijn wekker en leesboek van het nachtkastje zwiept. Régis ploft tegen me aan (gewoon op Juliette) en begint ontzettend blij mijn gezicht te likken tot het zeer doet. Want de grote lieverd houdt niet van hout dat té hard knettert, dat is duidelijk. 
Vroeger had ik hem of U.W.O. mijn eerste hondje misschien weggejaagd. Ik wilde slapen en geen gedoe. Nu ik ouder ben en buitenaf woon waar we veel meer op elkaar aangewezen zijn, herken ik emoties bij mijn honden die ik eerst niet zag en waar ik nu op in kan spelen. De stille omgeving verscherpt mijn toch al gevoelige zintuigen en dat maakt me gelukkig maar ook verdrietig... 

Dagelijks geluk 

Het geluk zit in de band die ik met alle drie mijn honden voel. Ik heb nooit meer van een levend wezen gehouden dan van mijn honden, ik vertel het ze elke dag, maar pure liefde brengt ook verdriet met zich mee. Verdriet om het onbegrip van de wereld waarin miljoenen honden geen goed leven leiden, verdriet om honden die in sommige landen alleen gefokt worden om opgegeten te worden, verdriet om al het onrecht dat honden aangedaan wordt door mensen die geen kaas van ze hebben gegeten maar dat wel denken. Het kleine leed dat ik in restaurants en op straat zie, en dat zijn dan nog honden die weleens buiten komen en niet in stallen en schuren aan een ketting liggen. Goedbedoelende aaien op koppen die daaronder weg proberen te komen, want een hond houdt niet van aaien op de kop, net zo min als wij. Dat is bedreigend, dat is eng. Tongelende en hijgende honden die geknuffeld worden en al hun kalmerende signalen genegeerd zien. Honden houden er niet van geknuffeld te worden, nabijheid levert stress op als ze dit niet in alle veiligheid geleerd is.

Zo zijn er elke dag voorbeelden van klein hondenleed waar ik niet tegen kan. Het grote leed is onzichtbaarder. De puppybroodfok in de zogenoemde puppymills waar achter elkaar nestjes worden gefokt en geen hond buitenlicht ziet. De mishandelingen. De opgesloten honden die we niet zien omdat ze nooit buiten komen. We weten dat ze er zijn want er ontsnapt er weleens een die in een asiel terecht komt en niet bestand is tegen de wereld omdat hij nooit ergens anders geweest is dan in een hok of een kleine badkamer. Ze zoeken opvangfamilies, vrijwilligers die ze willen socialiseren of een klein beetje het vertrouwen in de mens herstellen dat zo beschadigd is geraakt. Zo'n hond heeft gemiddeld zes jaar nodig om over zijn trauma heen te komen als hij dat al komt. 

Als kinderen dit overkomt dan is dat groot nieuws. Het komt in de krant en iedereen spreekt er schande van. Er wordt direct actie genomen en zon kind bevrijd en in een opvanggezin geplaatst. Ik houd niet van de vergelijking tussen honden en kinderen. Een hond is een hond en geen kind. Maar als het over kansen gaat dan zouden honden net zoveel nieuwe kansen moeten krijgen als kinderen. En dat geldt niet alleen voor honden maar voor alle dieren. Er wordt meer onrecht dan recht gedaan in de relatie tussen mens en dier op deze wereld en het verstomt mijn geluk als ik niet oplet.

Doggy Date Morvan Voie du Tacot 


Achter Doggy Date Morvan zit een diep in mij gewortelde missie: het vergroten van het geluk van honden door ze in alle vrijheid kansen te bieden zichzelf te zijn, volop hondentaal te spreken, tijd te hebben nieuwe omgevingen te besnuffelen, contact te maken met elkaar en met hondeneigenaren die er net zo over denken als ik en in staat zijn alleen op een positieve manier met ze om te gaan. Iets hiervan heeft zich van kinds af aan in mij geworteld en naarmate ik honden en hun gedrag ben gaan bestuderen is die drang tot meer rechten voor honden in de samenleving alleen maar sterker geworden.

Tijdens de laatste Doggy Date ving ik echter geluiden op die mij teleurgesteld hebben en me mijn nachtrust gekost. Menselijke onvrede over de wandeling: té kort, té lang, mensen moeten er lang voor rijden, het zou Saskias feestje zijn (ik was inderdaad de slingers vergeten!), er werden teveel fotos gemaakt onderweg waardoor het wandeltempo te laag lag enz. Kortom, er zijn mensen die anders in het fenomeen Doggy Date staan dan ik. Dat kan. Misschien ben ik niet duidelijk genoeg? Ik probeer het nog maar eens... 

Mijn idee van een Doggy Date is dat er tijdens de wandelingen alle ruimte voor honden moet zijn en dat het in de allereerste plaats om hen gaat en niet om ons, mensen. We stellen onszelf op deze aardbol helaas al genoeg voorop met alle gevolgen vandien. De wandeling liep anders dan gepland door de sneeuw en een boom op de weg, maar honden interesseert het werkelijk niets hoe ver we lopen of waar. Ze zijn instinctief en leven in het moment. Natuurlijk is het leuk als er veel mooie uitzichten zijn en mensen ook genieten van de omgeving en een stevige wandeling, daar houd ik ook van, maar dat is niet het belangrijkste tijdens een Doggy Date Morvan.

Op de hellingen boven Bussy lag onverwacht nog een dik pak sneeuw

Na die wandeling voelde ik me niet goed. Eerlijk gezegd dacht ik dat ik misschien beter een hondenuitlaatdienst kon beginnen dan doorgaan met de groep voor honden en hun eigenaren. Maar waarom eigenlijk? Ik heb geen hond horen klagen! Op een enkele angstige en minder gesocialiseerde hond na liepen ze er allemaal zelfverzekerd en zeer op hun gemak bij, de staarten vrolijk kwispelend en heerlijk snel en alert reagerend op geuren, soortgenoten en andere mensen. Ik hoor ook zeker fijne en positieve geluiden van eigenaren die merken dat hun hond meer zelfvertrouwen en plezier in het leven heeft sinds ze meegaan met de Doggy Dates. De fotos tonen ook dat de honden gelukkig zijn en dáár gaat het om. Ik wéét het ook wel: ik stel hoge eisen aan het leven in het algemeen en aan andere mensen en de dingen die ik doe. Daar loop ik vaker tegen aan en als ik het dan  even niet meer weet, het stof van de storm nog zand in mijn ogen strooit dan zijn daar Régis, Romeo&Juliette die mij er fijntjes aan herinneren dat hun hondenleven bij mij de moeite waard is en vooral dat er om mij heen heel veel liefde is, vooral midden in de nacht als de kachel te hard knettert. Happy Valentine! 


vrijdag 12 januari 2018

Watersnoodramp

De gelukkigste mensen zijn zij die zich overal thuis voelen. Ik zeg dit vaak tegen mezelf en nu schrijf ik het maar eens op. Zon blog als dit is mijn manier om dingen op een rijtje te zetten naast dat het leuk is om met anderen te delen wat me bezighoudt. 


Zo riep mijn vorige blog medeleven op. Ik had het koud, mijn huurhuis was vochtig en tochtig en ik baalde daar stevig van. De stormen die over Frankrijk raasden zijn vandaag geluwd en we likken onze wonden. Huizen bleken poreus, beekjes kolkende rivieren en daken niet bestand tegen de abnormale hoeveelheid water die over ons land stroomde. Beangstigend. De honden en poezen waren onrustig. De wind gierde langs de luiken en we waren s nachts schrikachtig door de vreemde geluiden die van buiten kwamen op deze normaal zo stille plek. Takken schuurden langs muren en schuren, emmers en plastic potten vlogen door de tuin en overal gutste water langs. De natuur liet zich horen. De brandweer werkte uit alle macht om mensen van de verdrinkingsdood te redden, ondergelopen kelders te dempen en bomen van wegen te ruimen. Het waren ongekend heftige stormen, mijn werkstukje van de lagere school over de Watersnoodramp van 1953 kwam voor mijn gevoel tot leven. 

Romeo houdt van water 

Die paar centimeter regenwater die ik dus in mijn emmers, potten en pannen in de keuken hoorde druppelen was niets vergeleken bij de liters en liters waar mensen om mij heen in hun woonhuis last van hadden. Mijn huiseigenaren wonen na vijfentwintig jaar hier nu naast dat lieflijke kabbelende beekje Hun héle tuin stond blank! De vissen, zorgvuldig uit mijn vijvertje met emmers overgebracht naar hun nieuwe vijver - want de nieuwe huurster had er niks mee, ja ik dus! - zwommen fluitend met hun middelvinger omhoog richting zee en hun vijf jachthondjes en kippenren moesten in allerijl verplaatst voor iedereen zou verzuipen. Kom ik aan met mijn gemiemel over wat lekkage in de keuken… Ik voelde me net Juliette die als er tijdens een boswandeling een ieniemienie takje van een braamstruik in haar staart hangt naar me toe gerend komt met pure paniek in haar blik:  de wereld vergaat! 

Juliette is een jaar geworden 

Ik voelde me weer écht Nederlands toen ik achter al dit geleden leed van anderen kwam. Mijn dringende behoefte aan alles goed geregeld hebben, die drang naar de luxe en het comfort waar ik in opgegroeid ben en stevig balend van alles dat niet is zoals ik het gewend was. Wat ben ik toch een verwend nest! Ik schaam me er opnieuw voor. Ik wilde in Frankrijk wonen, in zon gezellig Frans huis met balken en een balkon met een mooi en sierlijk smeedijzeren hek, trappetjes buiten, luiken en dikke muren. Het échte leven dichter bij de natuur zou ik gaan beleven! Tussen de Fransen en met de Fransen. Maar dat leven houdt in dat er weleens iets anders loopt en dat de dingen op een andere manier geregeld zijn en meestal zelfs niet. Zelf aangebouwde delen van een huis minder stevig dan in Nederland en er valt weleens een lamp naar beneden of er komen duizenden bijen en vliegende mieren uit de muur. Ja, zo gaat dat hier al tientallen jaren. Wie ben ik om daar een punt van te maken? 

Het goede aan dit alles is: ik heb weer een les geleerd. Geen Franse les, maar een levensles. Je kunt niet alles krijgen wat je hebben wil, maar als je om je heen kijkt en ziet wat je wél hebt, wat er aanwezig is in de mensen die hier geboren zijn, dan is dat misschien niet het geijkte leven volgens de levensstandaard die je kent, maar wat een innerlijke rijkdom, levenswijsheid, levenskracht, overlevingsdrang, zelfredzaamheid en kennis van de natuur kom ik tegen.  


Régis zou het met zijn 12,5 jaar rustiger aan kunnen doen, maar niets is minder waar. Hij is fit en leeft er lustig op los. 


Ik woon in een fantastisch huurhuis, echt! Ik heb de indeling van de woonkamer en eetkamer veranderd, open deuren en gaten gedicht met fleecedekens en slaapzakken, het is nu warm, droog want het regent niet meer zo hard en ik ben toch eigenlijk godverdomme gelukkig hier. De sleutel die ik in mijn vorige blog nog zocht lag dus geduldig te wachten tussen de emmers, potten en pannen met laagjes regenwater op de keukenvloer. En ik heb me voorgenomen: ik houd die sleutel voortaan stevig vast en mijn mond dicht als er weer iets onverwachts in dit huis gebeurd. Zo lopen de dingen...
En de lente komt heus snel genoeg.