donderdag 10 januari 2019

Hersentumor

Het zou kunnen zijn dat mijn hoofdpijnen van de laatste tijd komen door een hersentumor. Ze gaan gepaard met zwarte vlekken voor mijn ogen en gebrek aan concentratie en helderheid. Ik slaap goed, op zich, sinds ik in dit huis woon zelfs beter dan ooit als de Nederlandse tweede huizenbezitters mij dat toestaan tenminste en geen tuinfeestjes geven of 's avonds laat hun honden binnen roepen. Gelukkig helpt de winter een handje en is het echt stil. Zo stil dat je de uilen kunt horen. De beste tijd van het jaar, wat mij betreft. Doe mij een trui en een dikke jas, een klein huisje, een goede houtkachel, honden om mee te lopen en ik ben gelukkig.
Dit is het Franse leven waar ik van houd.




Of ik na de borstkanker van twee jaar geleden nu een hersentumor heb, weet ik niet. Het kan ook zijn dat er uitzaaiingen zitten in mijn longen, ik hoest nogal eens, vooral als koude lucht van buiten zich afwisselt met warmte van binnen. Dus longkanker is ook een goeie kanshebber. En natuurlijk vormen zich nieuwe knobbels op mijn borsten, die voelen zoals de knobbels die foute boel bleken te zijn. Je weet het niet, maar het lijkt mij het beste als ik me daar ontzettend druk over ga lopen maken...  Geloven in nieuwe kanker maakt me gestrest en angstig en dat helpt om gelukkig te zijn, toch? (Voor de goedgelovigen: dit heet cynisme en is dus niet waar.)




Tijdens het eerste jaar dat ik schreef aan La vie en rose - ik heb er drie jaar over gedaan - dichtte ik Emmanuelle al borstkanker toe. Zoals Anna in Stille taal reuma moest hebben, wilde ik dat Emmanuelle iets kreeg waardoor ze minder perfect zou zijn, want het was een personage geworden zoals ik zelf wel wilde zijn, gevoelig, mooi en alles ging té goed in haar leven. Dat maakte haar voor lezers totaal oninteressant hoewel het voor mij - grote mismaakte mislukking in het leven zoals ik helaas vaak denk - heerlijk was me in haar schoenen te wanen. Dat ik zelf daarna borstkanker kreeg maakte dat ik ging denken dat alles wat ik bedacht weleens waarheid kon worden. Dit was immers het bewijs.

Geen gevaarlijker denkwijze dan die van iemand die gelooft wat hij bedenkt. Schrijven is een ernstig agressieve vorm van zelfbedrog, ik zou geen ergere vorm weten. Heerlijk toch? In deze tijd dat La vie en rose gelezen wordt, ben ik weer bezig met nieuwe bedenksels. Mijn derde roman bestaat al, het draait om een weduwe, Sabine Sterkendraal-de Groot, een struise Amsterdamse dame die op het Franse platteland terechtkomt. Ze heeft net een ezel aangeschaft, maar dat had ze beter niet kunnen doen. Tijd om verder te schrijven, ik ben benieuwd waar ze nu weer mee aan komt.